BELTA-TBnet in cijfers

Een overzicht van de activiteiten van BELTA-TBnet

Update mei 2018

Vanaf de start van het project in december 2005 tot eind december 2017 werden in totaal 3.340 personen ten laste genomen door BELTA-TBnet. Het gaat om 2.159 tuberculosepatiënten, 613 personen aan wie preventieve therapie werd voorgeschreven, en 568 personen die een tussenkomst vereisten omwille van de diagnostische onderzoeken om tuberculose (TBC) uit te sluiten. De evolutie per jaar van deze 3 groepen wordt getoond in figuur 1.

Vanaf 2013 werd een bijkomende groep ten laste genomen omwille van frequente onderbrekingen van de Myambutolbevoorrading. Dit essentieel anti-TBC-geneesmiddel wordt 100% ten laste genomen door de mutualiteit, maar bij tekort op de Belgische markt dient het product ingevoerd te worden uit het buitenland, wat niet terugbetaald wordt. BELTA-TBnet neemt de kosten verbonden aan het invoeren van het geneesmiddel op zich. Hierdoor werden een aantal personen in het patiëntenbestand opgenomen, die normaalgesproken geen beroep zouden gedaan hebben op het project. Vandaar dat ze als een aparte groep weergegeven worden in figuur 1.

 


Figuur 1. Personen ten laste genomen door BELTA-TBnet, naargelang de categorie van tenlasteneming

 

Tot 2009 vertegenwoordigen de door het project ten laste genomen TBC-patiënten gemiddeld 10,0% van het totaal aantal in België geregistreerde TBC-patiënten. Van 2010 tot 2013 bedraagt het gemiddeld percentage 15,3% en vanaf 2014 stijgt het tot 20,8%.

De stijging waargenomen vanaf 2010 is vooral toe te schrijven aan een toename van personen die voor kleine bedragen een beroep doen op BELTA-TBnet, bijvoorbeeld omdat ze het remgeld niet kunnen betalen.  Zo blijkt dat het aandeel van de personen ten laste genomen voor preventieve therapie en diagnostische onderzoeken sinds 2012 meer dan 40% bedraagt, maar dat de uitgaven voor deze 2 groepen minder dan 5% van het totaalbudget vertegenwoordigen. Daarnaast bedraagt het percentage van de personen met mutualiteit die beroep deden op BELTA-TBnet (multidrug-resistente TBC-patiënten niet meegerekend) 25,2% over de periode 2005-2017, maar deze groep was verantwoordelijk voor slechts 3,9% van de projectuitgaven.

De reden waarom personen een beroep doen op BELTA-TBnet wordt geïllustreerd in figuur 2. Het merendeel van de door BELTA-TBnet ten laste genomen personen hebben geen of onvoldoende sociale dekking:

  • Ÿ  asielzoekers die niet door een opvangcentrum ten laste wordt genomen,
  • Ÿ  mensen zonder papieren die geen  mutualiteit hebben en niet door het OCMW ten laste genomen worden,
  • Ÿ  personen van wie de sociale dekking niet in orde is, bijvoorbeeld omdat hun aanvraag bij de mutualiteit of het OCMW nog niet goedgekeurd is of omdat ze hun mutualiteitsbijdrage niet betaald hebben.

 
Figuur 2. Sociale situatie van de 3.284 door BELTA-TBnet ten laste genomen personen 2005-2017 (de patiënten ten laste genomen omwille van Myambutol werden niet meegerekend).

De personen met sociale dekking doen beroep op BELTA-TBnet omdat ze behandeld worden met tweedelijnsgeneesmiddelen die niet of slechts gedeeltelijk terugbetaald worden, of omdat ze   problemen hebben met het betalen van het remgeld voor de geneesmiddelen, onderzoeken en raadplegingen. Figuur 3 toont dat er vanaf 2013 een belangrijke toename is van het aantal personen die administratief niet in orde zijn met hun sociale zekerheid en van personen die het remgeld niet kunnen betalen. Tijdens diezelfde periode is ook een stijging waarneembaar van het aantal Belgen dat een beroep doet op BELTA-TBnet (figuur 4). Het gaat hier praktisch uitsluitend om personen met administratieve problemen of remgeldmoeilijkheden. Al deze gegevens wijzen er op dat de toename van de door het project ten laste genomen personen kan toegeschreven worden aan een verslechtering van de economische situatie van een deel van de bevolking.


 Figuur 3. Reden van tenlasteneming door BELTA-TBnet, in absolute aantallen.

 


Figuur 4. Belgen (absolute aantallen) onder de door BELTA-TBnet ten laste genomen personen

 

Een bijzondere groep wordt gevormd door de patiënten met multidrug-resistente (MDR) tuberculose. Met uitzondering van degenen die reeds overleden waren of België verlaten hadden vooraleer het MDR-TBC-resultaat gekend was, worden ze allen door BELTA-TBnet ten laste genomen. Dit is nodig  omdat de meeste geneesmiddelen voor het behandelen van MDR TBC, die erg duur zijn,  door de patiënt zelf moeten betaald worden, zelfs indien deze in orde is met de mutualiteit. Sinds de start van het project in  2005 werden in totaal 188 MDR TBC-patiënten ingeschreven, wat neerkomt op 8,9% van het totaal aantal door het project ten laste genomen TBC-patiënten.

 

Met uitzondering van 2017 blijven de jaarlijkse aantallen van de MDR TBC-patiënten tamelijk stabiel, al lijkt zich sinds 2013 een neerwaartse trend te manifesteren (zie figuur 5). Tezelfdertijd is de ernst van de resistentiepatronen wel toegenomen met de jaren (zie figuur 6). Dit heeft tot gevolg dat de patiënten moeilijker te behandelen zijn en dat de behandeling duurder wordt.

 


Figuur 5.     MDR-TBC-gevallen gediagnosticeerd in België 2001-2017, in absolute aantallen


Figuur 6.  Percentage MDR-patiënten met resistentie aan tweedelijnsgeneesmiddelen in België 2005-2017. 

Voor definities XDR, pre-XDR en MDR: zie eindnoot [i]

Hoewel de MDR TBC-patiënten slechts 8,9% van de door BELTA-TBnet ten laste genomen TBC-patiënten uitmaken, nemen ze 78,8% van de geneesmiddelenkost voor hun rekening. Dit is echter een welbestede uitgave. Voor er op BELTA-TBnet beroep kon gedaan worden, was de genezingsgraad bij de MDR TBC-patiënten 67,2% en overleed 15,5%. Sinds de invoering van het project is de genezingsgraad gestegen tot 88,6% met slechts 3,0% overlijdens (zie tabel 1).  Dit is een opmerkelijk resultaat, zeker in vergelijking met het therapiesuccespercentage van 52% dat door de Wereldgezondheidsorganisatie geciteerd wordt voor de wereldwijd geregistreerde MDR-patiënten 2012-2014 In 2013 werd BELTA-TBnet dan ook door de Wereldgezondheidsorganisatie weerhouden als “best practice” op gebied van MDR management.

 

*    behalve de patiënten die nooit in behandeling gezet zijn omdat ze overleden waren of het land verlaten hadden vooraleer het MDR resultaat gekend was

Ook bij de niet-MDR TBC-patiënten bekomt het project mooie resultaten. Om te beginnen werd bij 12,0% van de TBC-patiënten zonder sociale dekking de tenlasteneming door BELTA-TBnet gestopt in de loop van hun behandeling, omdat een regeling kon getroffen worden waardoor de steun van het project niet langer nodig was. Van de TBC-patiënten die ten laste bleven van BELTA-TBnet, beëindigde 79,9% de behandeling met succes. Hoewel de door het project ten laste genomen TBC-patiënten vaak behoren tot groepen met een problematische therapietrouw (daklozen, druggebruikers, mensen zonder papieren enz.), is het therapiesucces vergelijkbaar met wat bekomen wordt bij de patiënten die geen beroep hoeven te doen op BELTA-TBnet.

In 2014 werden de resultaten van de BELTA-TBnet en niet-BELTA-TBnet patiënten van de cohortes 2006-2011 in de nationale tuberculoseregisters vergeleken (zie tabel 2). Het betrof de niet-MDR cultuur positieve pulmonale TBC-patiënten. Het therapiesucces is praktisch identiek maar in de niet-BELTA-TBnet-groep komen meer sterfgevallen voor, terwijl de BELTA-TBnet-patiënten frequenter hun behandeling vroegtijdig afbreken. De gemiddelde leeftijd van de niet-BELTA-TBnet-groep ligt echter aanzienlijk hoger dan die van de andere groep, wat de meersterfte zou kunnen verklaren, terwijl de BELTA-TBnet groep meer patiënten telt die een hoger risico op therapie-ontrouw vertonen. 

 


*    Deze categorie groepeert alle patiënten waarvan het behandelingsresultaat niet kon geëvalueerd worden (behandeling afgebroken, behandeling geweigerd, verdwenen, België verlaten, geen informatie beschikbaar)

 

Daarnaast is het positieve effect van BELTA-TBnet op het therapieresultaat indirect af te leiden uit de evolutie van het behandelingssucces bij de bacteriologisch positieve pulmonale patiënten in het algemeen, zoals weergegeven in het nationale tuberculoseregister. Figuur 7 vergelijkt de behandelingsresultaten 2000-2005 (voor het opstarten van BELTA-TBnet) met de periode 2007-2015 (2006 was een overgangsjaar). Het gemiddeld therapiesucces steeg van 64,8% naar 77,4%, terwijl het percentage zonder follow-up daalde van 24,7% naar 13,8% en het sterftecijfer van 10,3% naar 8,8%.


Figuur 7. Behandelingsresultaten van de bacteriologisch positieve pulmonale patiënten in de cohortes 2000-2015 in België (gebaseerd op de gegevens in de tuberculoseregisters 2001-2016). De zwarte lijnen geven het gemiddelde therapiesucces weer van respectievelijk de periodes 2000-2005 (64,8%) en 2007-2015 (77,4%).


 

 

Indien u vragen hebt betreffende de BELTA-TBnet-activiteiten, of indien u geïnteresseerd bent in de gedetailleerde jaarrapporten, kunt u ons contacteren via telefoon (02 510 60 97) of e–mail (info@belta.be).

 



[i]  XDR (extensive drug resistance): MDR met bijkomende resistentie aan zowel een inspuitbaar tweedelijnsgeneesmiddel (amikacine of capreomycine) als een fluoroquinolone;

  Pre-XDR: MDR met bijkomende resistentie aan ofwel een inspuitbaar tweedelijnsgeneesmiddel ofwel een fluoroquinolone, maar niet aan beide;

  Overige MDR: MDR zonder bijkomende resistentie aan een inspuitbaar tweedelijnsgeneesmiddel of een fluoroquinolone.